Ga naar de inhoud
Tandengoud voor borstkankeronderzoek

← Terug naar het nieuws

Behandeling op maat bij borstkanker: nieuwe inzichten dankzij A Sister’s Hope

Een update van Prof. dr. Sabine Linn en haar onderzoeksgroep in het Antoni van Leeuwenhoek over wat het onderzoek met steun van A Sister’s Hope de afgelopen jaren heeft opgeleverd.

Onderzoek naar borstkanker laat steeds beter zien welke behandelingen wel en niet nodig zijn voor individuele patiënten. Hierdoor kunnen sommige vrouwen een minder zware behandeling krijgen, terwijl anderen juist een behandeling krijgen die beter aansluit bij hun specifieke vorm van kanker.

Minder chemotherapie bij sommige vormen van borstkanker

Bij een agressieve vorm van borstkanker, die triple negatieve borstkanker wordt genoemd, zijn er sterke aanwijzingen dat sommige patiënten mogelijk geen chemotherapie meer nodig hebben. Dit geldt voor vrouwen bij wie:

  • de tumor kleiner is dan 2 centimeter;
  • de lymfeklieren in de oksel niet zijn aangetast;
  • er geen tumorcellen aanwezig zijn in bloedvaten of lymfebanen;
  • er veel afweercellen rondom de tumor aanwezig zijn.

Deze afweercellen lijken het lichaam te helpen bij het bestrijden van de kanker. Momenteel lopen nog drie grote internationale onderzoeken om te bevestigen dat chemotherapie in deze situatie veilig kan worden weggelaten. Als de resultaten positief zijn, zouden in de toekomst ongeveer 10 tot 20% van de patiënten met een vroeg stadium van triple negatieve borstkanker geen chemotherapie meer nodig hebben. Dat betekent minder bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven.

Gerichte behandeling voor patiënten met een hoog risico

Een andere belangrijke ontdekking gaat over een specifieke vorm van borstkanker die vooral voorkomt bij relatief jonge vrouwen, vaak rond de leeftijd van 40 jaar. Het gaat om stadium III HER2-negatieve borstkanker met een moleculair kenmerk waardoor het BRCA-gen niet werkt dat ervoor zorgt dat kankercellen beschadigd DNA minder goed kunnen herstellen.

Deze vorm van borstkanker heeft een hoog risico om terug te keren na de behandeling. Daarom onderzochten artsen of een zeer intensieve behandeling nodig is, of dat een minder zware maar gerichte behandeling hetzelfde resultaat kan geven.

Uit dit onderzoek bleek dat:

  • de overlevingskansen na vier jaar in beide behandelgroepen gelijk waren;
  • een zware behandeling met hoge doses chemotherapie en stamceltransplantatie geen extra voordeel gaf;
  • een minder intensieve, doelgerichte behandeling minder bijwerkingen veroorzaakte en even effectief leek.

Een belangrijk onderdeel van deze behandeling is het medicijn olaparib, dat gedurende één jaar wordt gegeven. Dit middel is in veel Europese landen beschikbaar, maar nog niet in Nederland.

Andere belangrijke bevindingen

Afweercellen zijn niet altijd gunstig

Veel afweercellen rondom een triple negatieve tumor zijn meestal een positief teken. Maar wanneer er ook tumorcellen aanwezig zijn in bloedvaten of lymfebanen, lijkt dit voordeel te verdwijnen.

Beste hormoontherapie voor vrouwen rond de overgang

Bij vrouwen tussen ongeveer 45 en 55 jaar met een hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkanker die ook chemotherapie hebben gekregen, lijkt een aromataseremmer beter te werken dan tamoxifen. Wel moet regelmatig worden gecontroleerd of de eierstokken weer actief geworden zijn, omdat aromataseremmers alleen goed werken als de eierstokken weinig of geen hormonen meer produceren.

Volgorde van behandelingen mogelijk minder belangrijk

Bij HER2-positieve borstkanker wordt het medicijn trastuzumab meestal tegelijk met chemotherapie gegeven. Onderzoek suggereert dat eerst chemotherapie en daarna trastuzumab voor veel patiënten mogelijk even effectief is.

Voorspellingsprogramma minder betrouwbaar bij jonge vrouwen

Het online hulpmiddel PREDICT, dat artsen helpt inschatten hoeveel voordeel een behandeling oplevert, blijkt minder betrouwbaar te zijn voor vrouwen die jonger zijn dan 40 jaar wanneer de diagnose wordt gesteld. Dit geldt specifiek wanneer de tumor tot de borst beperkt is.

Invloed van het BRCA1-gen

Bij jonge vrouwen met triple negatieve borstkanker komt een afwijking in het BRCA1-gen relatief vaak voor.

Onderzoek laat zien dat:

  • meer afweercellen rondom de tumor samenhangen met een betere prognose;
  • dit positieve effect nog sterker is bij tumoren met een specifieke verandering in het BRCA1-gen, de zogenoemde BRCA1-promotormethylering;
  • het risico op een tweede borstkanker bij de groep met een BRCA1-promotormethylering in de tumor relatief laag is.

Invasief lobulaire borstkanker bij jonge vrouwen

Bij jonge vrouwen met een bepaalde vorm van hormoongevoelige borstkanker, de zogenaamde invasief lobulaire borstkanker, blijken sommige kenmerken die normaal belangrijk zijn voor de prognose minder voorspellend te zijn.

Wel blijkt dat:

  • ingroei van tumorcellen in bloedvaten of lymfebanen de vooruitzichten verslechtert;
  • meerdere tumoren in dezelfde borst een minder gunstige prognose geven;
  • deze vorm van borstkanker op de lange termijn soms een grotere kans op uitzaaiingen heeft dan de meest voorkomende vorm van borstkanker.

Samenvatting

De onderzoeken laten zien dat behandeling van borstkanker steeds meer maatwerk wordt. Sommige patiënten kunnen waarschijnlijk veilig afzien van zware behandelingen zoals chemotherapie, terwijl anderen juist baat hebben bij specifieke doelgerichte therapieën. Door beter te begrijpen welke kenmerken van de tumor belangrijk zijn, kunnen artsen behandelingen steeds beter afstemmen op de individuele patiënt. Hierdoor neemt niet alleen de kans op een goede uitkomst toe, maar kunnen ook onnodige bijwerkingen worden voorkomen.

Bronnen

Wetenschappelijke artikelen gepubliceerd met steun van A Sister’s Hope, 2021 tot en met 2026.

  1. de Jong VMT, Wang Y, Ter Hoeve ND, et al. Prognostic Value of Stromal Tumor-Infiltrating Lymphocytes in Young, Node-Negative, Triple-Negative Breast Cancer Patients Who Did Not Receive (neo)Adjuvant Systemic Therapy. J Clin Oncol 2022; 40(21): 2361-74.
  2. Leon-Ferre RA, Jonas SF, Salgado R, et al. Tumor-Infiltrating Lymphocytes in Triple-Negative Breast Cancer. JAMA 2024; 331(13): 1135-44.
  3. de Boo LW, Jozwiak K, Ter Hoeve ND, et al. Prognostic value of histopathologic traits independent of stromal tumor-infiltrating lymphocyte levels in chemotherapy-naive patients with triple-negative breast cancer. ESMO Open 2024; 9(3): 102923.
  4. Seefat RL, Vliek SB, de Jong VMT, et al. Targeting homologous recombination deficiency with intensified chemotherapy versus standard chemotherapy followed by olaparib in stage III breast cancer (SUBITO): an open-label, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2026; 27(7): 795-807.
  5. Dackus G, Jozwiak K, Sonke GS, et al. Adjuvant Aromatase Inhibitors or Tamoxifen Following Chemotherapy for Perimenopausal Breast Cancer Patients. J Natl Cancer Inst 2021; 113(11): 1506-14.
  6. Dackus G, Jozwiak K, van der Wall E, et al. Concurrent versus sequential use of trastuzumab and chemotherapy in early HER2+ breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2021; 185(3): 817-30.
  7. Wang Y, Broeks A, Giardiello D, et al. External validation and clinical utility assessment of PREDICT breast cancer prognostic model in young, systemic treatment-naive women with node-negative breast cancer. Eur J Cancer 2023; 195: 113401.
  8. Wang Y, Dackus G, Rosenberg EH, et al. Long-term outcomes of young, node-negative, chemotherapy-naive, triple-negative breast cancer patients according to BRCA1 status. BMC Med 2024; 22(1): 9.
  9. Voorthuis RAB, Opdam M, Ter Hoeve ND, et al. Invasive lobular breast cancer in young patients without adjuvant systemic treatment: 15-year survival outcomes. Breast Cancer Res Treat 2026; 218(3).

Doet uw praktijk ook mee?

Oud tandgoud kan gratis naar het verzamelpunt. Een postzegel is niet nodig.

Praktijk aanmelden